Frank De Boosere bracht deze week nieuws waar ik al lang op wachtte: ons landje zou verblijd worden met een laagje sneeuwpret! Deze unieke kans mochten we niet laten schieten. Ik trommelde de familie Mertens op en deze morgen hadden we een afspraak om 10 u aan het eerste tankstation op de E19. Van daaruit reden we samen verder richting het hoogste punt van ons landje: Baraque Fraiture. De rit was lang en adembenemend. Wanneer we ongeveer in de helft waren zagen we een dun wit laagje op het landschap. Echter, dit verdween al gauw en terwijl we aan afrit 50 van de E25 onze bestemming zouden bereiken was er aan afrit 48 geheel geen sneeuw meer te bekennen. Jimmy begon zich vragen te stellen bij m’n interpretatie van het weerbericht en geloofde niet veel in sneeuwpret. Groot was zijn schaamte wanneer we afrit 50 naderden en het landschap mooi wit kleurde met hier en daar een hardnekkig grassprietje dat er tussenuit piepte.
Gezien het al middag was toen we voet op Ardense grond zetten, besloten we eerst onze magen te vullen in de plaatselijke fritterie. Deze was geheel artisanaal ingericht, tis te zeggen, met opgezette everzwijn- en bambikoppen aan de muur gespijkerd. Terwijl de kindertjes ongeduldig wachtten op de frietjes en hamburgers zorgde nonkel Frank, ook gekend als KlonkKlank, voor de nodige afleiding, geheel in zijn eigen stijl. Hij vertelde de ukken de historie achter de dierenkoppen aan de muur. Hij vertelde hoe de jagers in het bos leven en dieren doden en vervolgens de kop eraf snijden. Kijk daar, dat is de papa van Bambi! Dit was erover. Alix’ ogen schoten vol tranen en Frank suste door te zeggen dat hij maar een grapje maakte. De hele middag echter mochten we van Viktor aanhoren “Beetje bang. Zijn géén jagers in bos, nee, géén jagers, hé mama?”
De antieke slee die ik gisteren ophaalde bij oma deed prima dienst om de drie ukkepukken op te zetten. Stevig hielden ze zich aan elkaar vast, vooral wanneer Frank de slee trok tegen een razende snelheid en het parcours hobbelig en niet zonder gevaar was. Dan ging het weer van “Beetje bang, beetje bang!”.
Ik was weer het mikpunt van al wie met sneeuwballen wou gooien maar kon de meeste gelukkig goed ontwijken. De kindjes kregen er wel gauw koude en natte handen van, de handschoenen waren snel doorweekt. Leto werd er zo triest van dat ze alleen wilde stoppen met wenen als ze in Jimmy’s nek mocht zitten. We sloten de middag af in een andere typisch Ardeense brasserie: kil, kaal en bemand met onvriendelijk personeel. Na ruim 20 minuten wachten kregen we onze soep en andere drankjes. De “dagsoep” smaakte verdacht zuur en was wellicht de dagsoep van vorige week of de week ervoor. Toch keerden we tevreden huiswaarts. Best vermoeiend zo’n dagje sneeuwpret!
Leuk,maar waar zijn de foto’s
en antieke slee, je was maar al te blij dat je ze kon meenemen.
En ik wil ook een verhaaltje van klonkklank.
By: Raymond Van Gasse on zaterdag 2 februari 2008
at 22:14